3 maart 2026 – Nieuwsbericht missie2500
Sinds de aankondiging dat de stad vanaf september 2026 de voorschoolse kinderopvang niet langer zelf zal organiseren, maar onderzoekt of scholen hierin een rol kunnen opnemen, bereiken ons steeds meer signalen van bezorgdheid.
Die komen niet alleen van ouders, maar ook vanuit scholen en medewerkers van de BKO. Ipek voelde het stadsbestuur aan de tand
Betrokkenheid scholen en ouders?
Hoewel een denktank werd opgericht om alternatieven uit te werken, is het niet duidelijk welke pistes concreet onderzocht worden en hoe ver dit proces staat.
Schepen Annemie Goris: “De ouders werden vijf jaar geleden bevraagd toen er problemen waren met het vervoer tussen BKO en scholen. 90% van de ouders verkoos toen een korte opvang op school boven een extra verplaatsing voor de kinderen.
Er is vertegenwoordiging van ouders en oudercomités in de adviesraad LOK (Lokaal Overleg Kinderopvang). Zowel de busproblematiek als de organisatie van de BKO werden daar geregeld geagendeerd.
Alle Lierse basisscholen zijn eveneens lid van het LOK: een vertegenwoordiging van de beide schoolnetten is normaal ook altijd aanwezig op de vergadering.
Voor de denktank werden expliciet alle Lierse basisscholen uitgenodigd. Zij waren op één school na ook allen aanwezig.”
Weinig draagvlak bij onze scholen
Momenteel is er niet veel draagvlak bij de scholen om zelf opvang te organiseren. Per school werd in kaart gebracht welke obstakels er zijn om zelf voorschoolse opvang te organiseren.
De stad bekijkt hoe men kan meewerken aan oplossingen om de obstakels weg te werken en er wordt vanuit de stad budget voorzien om de opvang te helpen ondersteunen.
Er werden verschillende ondersteuningsmaatregelen voorgelegd aan de scholen: een subsidie van maximaal € 5.000 per school per jaar, (tijdelijke) inzet BKO-personeel, hulp bij administratie en facturatie. De stad wil per school een oplossing op maat vinden, zodat het haalbaar is voor stad, scholen en ouders.
Wanneer scholen een stukje van de opvang zelf opnemen en daar een subsidie voor krijgen, is het wettelijk verplicht dat er een erkennings- en subsidiëringskader wordt opgemaakt.
Dat wil de stad samen met de scholen doen, zodat de scholen zelf kunnen aangeven wat haalbaar is en de kwaliteit gegarandeerd wordt.
Het is wettelijk bepaald dat zo’n erkenningskader minstens voorwaarden moet bevatten omtrent zes onderdelen: organisatorisch, pedagogisch, medewerkersbeleid, monitoring en evaluatie, toegankelijkheid en verbondenheid. Het erkenningskader moet klaar zijn voor 1 september 2026.
Aan de scholen is gevraagd om tegen eind maart te laten weten of ze gebruik willen maken van de ondersteuningsmaatregelen vanuit de stad.
Proefproject op komst?
Eind maart vertrekt communicatie naar de ouders omtrent de stopzetting van de vooropgang. Er zal ook een FAQ komen.
De gesprekken met de scholen moeten voor de paasvakantie landen, zodat de planning van de BKO-medewerkers kan opgemaakt worden en ouders tijdig informatie krijgen.
Tot slot nog nieuws heet van de naald én iets dat nog moet afgetoetst worden met de scholen: de stad zal een proefproject voorstellen aan de scholen waarbij de stad op elke school personeel inzet gedurende het schooljaar 2026-2027. Binnen dit proefproject voorziet de stad de administratie.
Men verwacht dan van de scholen dat zij instaan voor de inzet van vrijwilligers en flexi-jobbers vanaf schooljaar 2027-2028.
Bezorgdheid op z’n plaats
Ipek: “Met wat we horen, is de bezorgdheid terecht. Er wordt een subsidie voorzien van € 5.000 per jaar voor elke school, maar zal dat wel voldoende zijn? De schepen spreekt over een ’tijdelijke’ inzet van het BKO-personeel: waarom ’tijdelijk’? Wat gebeurt er nadien met de scholen en met het BKO-personeel zelf? En ook: wat is het alternatief als de scholen zich niet engageren?”
Schepen Goris: “Met het voorstel van de tijdelijke proeftuin kan de stad hopelijk openheid creëren bij de scholen. Wat de BKO-begeleiders betreft: er zijn al gesprekken geweest met hen en hun bezorgdheden zouden al deels zijn uitgeklaard.”
Sylvie is zelf vrijwilliger in een basisschool en kwam ook tussen: “Vrijwilligers vinden, is echt een uitdaging. Grootouders werken tegenwoordig ook tot 67. Daarnaast is er ook een tekort aan leerkrachten. Wat denkt de schepen van Onderwijs die daarnet nog zei dat het dweilen met de kraan open is? Dus wat als dit niet doorgaat? Er is een B-plan nodig, want waar de stad op rekent, is echt niet realistisch.”
“Een constructieve houding begint met overleg“
Ipek drong terecht aan op een antwoord op de vraag wat er gebeurt als de scholen de opvang niet opnemen. Schepen Goris hoopt daar in de loop van volgend schooljaar, tijdens het proefproject, uit te geraken.
Schepen van Jeugd Niels De Bakker deed nog een duit in het zakje: “We kunnen allemaal negatief zijn, maar het is nog geen september. De stad blijft constructief.”
Björn kwam daarop nog heel gevat tussen: “Een constructieve houding begint met overleg met de scholen, vooraleer ge beslissingen neemt.”
Contact voor dit bericht
- Ipek Altun, gemeenteraadslid
ipek.altun@lier.be
+32 496 45 98 20



