28 april 2026 – Nieuwsbericht missie2500

Ons gemeenteraadslid Ipek Altun zette (nogmaals) de voorschoolse kinderopvang op de agenda van de gemeenteraad, aangezien de scholen tot eind maart de tijd hadden om te reageren op het voorstel van de stad om gedurende het schooljaar ’26-‘27 BKO-personeel op de scholen in te zetten. Vanaf het schooljaar ’27-’28 zouden de scholen dan zelf, met de hulp van vrijwilligers, instaan voor de voorschoolse opvang op school.

Ipek vroeg zich dan ook af wat uiteindelijk de feedback van de scholen was en of het voorstel van de stad nog aangepast wordt. 

Tegenvoorstel scholen

De stad heeft van de scholen een tegenvoorstel ontvangen, ondanks de vermeende consensus die er eerder zou zijn geweest. De scholen vragen dat de stad blijvend BKO-personeel inzet voor de voorschoolse opvang, ook na het schooljaar ’26-’27.

Drie scholen lieten weten dat er geen lokaal voorzien kan worden om de voorschoolse opvang te organiseren; zij vragen van de stad een haalbaar alternatief.

Stadbestuur houdt vast aan eigen voorstel

Op het schepencollege van 6 april werd beslist niet mee te gaan in het tegenvoorstel van de scholen, omdat daarmee alle verantwoordelijkheid bij de stad wordt gelegd en er niet van een samenwerking gesproken kan worden.

Door besparingen is de blijvende inzet van BKO-personeel bovendien niet mogelijk. Voor scholen die geen (gedeelde) locatie kunnen bieden, zal de stad ook geen personeel voorzien.

De stad communiceerde aan de scholen het initiële voorstel dus te behouden. Communicatie naar ouders en BKO-begeleiding is voorzien begin mei, na de deadline aan de scholen om aan te geven of ze wel of niet meegaan in het initiële voorstel van de stad.

Geen consensus en bezorgdheden

Ipek haalde aan dat er volgens de scholen helemáál geen consensus was. Doordat de feedback van de scholen niet ter harte wordt genomen, is er ook helemaal geen sprake van een samenwerking, maar van een afwenteling.

Ipek: “De stad acht de blijvende inzet van BKO-personeel budgettair onmogelijk, maar verwacht wel dat de scholen dit kunnen opvangen met een jaarlijkse subsidie van € 5.000?”

Ze gooide nog bijkomende bezorgdheden op tafel:

  • Wat is het B-plan van de stad voor de voorschoolse opvang, als de scholen niet meegaan in het voorstel van de stad?
  • Hoe wil de stad de kwaliteit van de voorschoolse opvang garanderen, als deze in handen van vrijwilligers wordt geduwd?

Het schepencollege hield vol dat er wél consensus was en haalde aan dat de stad wel degelijk haar verantwoordelijkheid neemt op vlak van administratie, facturatie, opvolging vrijwilligers …

Blijf praten

Gemeenteraadslid Sylvie Bracqué deed daarop een oproep om opnieuw rond de tafel te gaan zitten aangezien scholen en schepencollege duidelijk niet op dezelfde lijn zitten.

Zij herhaalde ook de vraag van Ipek: “Waar moeten ouders hun kinderen naartoe brengen als de scholen niet meegaan in het voorstel van de stad?”

Op de vraag naar dat B-plan van de stad bleef het antwoord uit.

Beneden alle peil

Ook raadslid Stijn Coenen kwam nog even tussen om het woord- en taalgebruik in de brief van de stad aan de scholen aan de kaak te stellen. Dat was immers beneden alle peil.

“Hoe kan je dan verwachten dat scholen zich wél constructief opstellen? Dit is louter een besparing op BKO, waarbij de stad ook nog eens inboet aan kwaliteit, door enkel met vrijwilligers te werken. Wij krijgen té veel signalen dat het niet goed loopt en met dit taalgebruik en deze attitude zal de stad er niet geraken. De stad mag trouwens niet vergeten dat zij vrágende partij is voor een oplossing.”

Contact voor dit bericht